Start Wat is Aikido De achtergronden van Aikido De grondslagen van Aikido Theorieën over verdediging Woordenschat

De grondslagen van aikido

Zoals gezegd kan aikido voor verschillende mensen verschillende dingen betekenen. Het kan een zelfverdedigingmethode zijn, of op hoger niveau een coördinatieleer waarbij gewerkt wordt aan de fusie van geest en lichaam. Aikido kan tenslotte een levenshouding worden waarin de harmonie tussen mensen onderling en tussen mens en omgeving centraal staat. Aikido is niet louter gebaseerd op kennis en beheersing van een aantal technieken, maar ook op bekendheid met alle aanvalsvormen of -types. ("De eerste vereiste voor verdediging is de vijand kennen", zegt een oud Japans spreekwoord.) Uiteindelijk zal de leerling daarenboven door een beter begrip van het onderlinge verband tussen oorzaak en gevolg, actie en reactie, vraag en antwoord op het niveau van de praktische zelfverdediging een dieper inzicht verwerven in de relaties en onderlinge afhankelijkheid van deze factoren in zijn/haar leven buiten de dojo. Deze weg loopt langs een oefening die bestaat uit een serie nauwgezet geprogrammeerde bewegingen (technieken) die in eerste instantie een reactiemogelijkheid bieden op talrijke aanvalsvormen. Het eerste wat geanalyseerd moet worden is dus de aanval zelf, die overigens de elementen bevat die een aikidobeoefenaar zal gebruiken om zich te verdedigen. Er bestaat namelijk een nauwe interactie tussen aanval en verdediging, tussen aanvaller en verdediger.

Aanvalstheorie

Een aanval kan gedefinieerd worden als zijnde een onrechtvaardige en onuitgelokte poging iemand te doden of te verwonden of de bewegingsvrijheid te belemmeren. In een aanval zitten verschillende elementen besloten: mentale (de intentie), fysieke (de wapens) en functionele (de manier waarop de wapens gebruikt worden) factoren spelen alle een rol. Deze elementen zijn in te delen in twee klassen : innerlijke (mentaal/psychologisch) en uiterlijke factoren (fysiek/functioneel). De psychologische vormen de achtergrond. Het zijn de wil om schade te berokkenen en de gedeeltelijke of totale toewijding van de aanvaller om pijn en/of verwondingen te veroorzaken.

Deze intentie kan zich uiten in een dreigende houding of dito gebaar, of kan enkel op het moment van de aanval zelf duidelijk worden. In vele gevallen is de bedreiging genoeg om het slachtoffer af te schrikken, zijn wil en/of zijn reflexen te verlammen zodat hij onbekwaam is zichzelf te verdedigen.

Fysieke factoren

Hieronder verstaat men de lichaamsdelen die gebruikt worden in een ongewapende aanval, eventueel uitgebreid met wapens.

In aikido is de verdedigingsstrategie toegespitst op de functionele aspecten van een aanval, m.a.w. op de manier waarop de fysieke wapens gebruikt worden. Want hoe meer een persoon zich concentreert op de fysieke factoren, hoe minder gecontroleerd (of in harmonie) zijn strategie is, omdat hij de actie als dusdanig zou moeten neutraliseren. Bij aikido moet men rekening houden met twee dingen:

  1. De aanvaller mag niet gekwetst of gedood worden. Indien dit wel het geval is, wordt dit beschouwd als een bewijs van een gebrek aan controle en kunde bij de verdediger. Een superieure strategie kan een aanval afslaan zonder het gebruik van primitieve middelen.
  2. Het toebrengen van pijn aan de aanvaller is tijdelijk en slechts in zoverre van belang dat dit het neutralisatieproces bevordert. In aikido op zijn best zal de aanval geneutraliseerd zijn voor de aanvaller zich realiseert wat er gebeurt.

Dynamische factoren

Het zichtbare deel van een aanval bestaat uit twee factoren. De eerste is de dynamische factor of de beweging in de richting van de aangevallene; de tweede houdt verband met de gebruikte aanvalstechniek.

Het dynamische aspect van de aanval betreft wat men een convergentiebeweging zou kunnen noemen, m.a.w. de aanvaller moet de afstand tussen hemzelf en het doel overbruggen. Zelfs als hij vrij dichtbij is, moet hij toch nog een stap zetten, naar voor leunen of draaien om in een goede positie te komen. De verdedigingsstrategie van aikido begint op het moment dat de potentiële aanvaller deze convergentiebeweging inzet.

De aanvangsbeweging bevat reeds de factoren die bij het neutraliseren (van de hieruit voortvloeiende kracht) gebruikt worden. De belangrijkste factor is het dynamische momentum (i.c. snelheid en richting) dat opgewekt wordt bij de aanvangsbeweging. Een bewegend menselijk lichaam kan tamelijk makkelijk gemanoeuvreerd worden en de stabiliteit wordt in grote mate verminderd door de inertie (denk aan de wetten van de traagheid van een massa). Als men een stilstaand persoon een duw geeft zal men een onmiskenbare tegenstand voelen. Als die persoon in beweging is zal datzelfde duwtje hem uit evenwicht brengen. Hoe sneller een persoon beweegt, hoe minder controle hij heeft over zijn bewegingen en hoe makkelijker het is hem te destabiliseren en vice versa.

Het is even belangrijk niet tegen de richting van de aanval in te gaan. Bij de zelfverdediging moet men niet enkel de beweging, maar ook de richting daarvan gebruiken door ze te verlengen en/of om te buigen en zodoende de aanvaller zijn controle te ontnemen en hem in een labiele en ongecentraliseerde toestand te brengen.

Technische factoren

Deze betreffen de aard van de aanval (gewapend of ongewapend) en de manier waarop dit gedaan wordt. Een ongewapende aanval kan de vorm aannemen van slaan of vastgrijpen of combinaties van deze twee. Bij de gewapende aanval onderscheidt men enerzijds de oude vormen, overgeleverd uit de oude Japanse krijgskunsten. Anderzijds zijn er de moderne technieken in het gebruik van messen en vuurwapens.

De totale kracht van de aanval

Al deze factoren (fysieke, dynamische en technische) samen vormen de aanval. Ze dragen alle bij tot de totale kracht van de aanvaller, ze zijn als het ware complementair.